← Terug naar overzicht
Domein B - Functies
Domein C - Differentiëren & Integreren
Domein D - Goniometrie
Domein E - Meetkunde
📐 Dit is Wiskunde B - Wat betekent dat voor jou?
✅ WEL doen
Antwoord EXACT laten staan (√, π, ln, e)
ALLE tussenstappen opschrijven
Algebraïsch oplossen (met letters)
GR alleen voor CONTROLE
Breuken versimpelen, niet decimaal
❌ NIET doen
Afronden naar decimalen (2,65 i.p.v. √7)
GR gebruiken voor eindantwoord
Tussenstappen overslaan
π ≈ 3,14 invullen
⚠️ DE #1 FOUT: Afronden bij "exact"!
Als er staat "bereken exact" of "bereken algebraïsch", dan mag je antwoord GEEN kommagetal zijn!
❌ 2,65 → ✅ √7 |
❌ 0,693 → ✅ ln(2) |
❌ 3,14 → ✅ π
De Exact-Checklist (Lees dit EERST!)
Dit is de #1 reden waarom leerlingen punten verliezen!
Bij "bereken exact" of "bereken algebraïsch" mag je de GR NIET gebruiken voor het eindantwoord. Laat je antwoord in exacte vorm staan!
Vuistregel: Als je antwoord een "mooie" wortel, breuk, ln, of π bevat, laat het dan zo staan. Rond alleen af als er expliciet staat "geef je antwoord in 2 decimalen" of als de context praktisch is (bijv. meters, euro's).
GR-Strategie: Wanneer wel, wanneer niet?
GR WEL gebruiken bij:
"Bereken..." (zonder "exact" of "algebraïsch")
"Bepaal..." of "Geef..."
Controle van je handmatige berekeningen
Grafieken schetsen en snijpunten aflezen
BELANGRIJK: Als je de GR gebruikt, schrijf dan op:
Welke functies je hebt ingevoerd: Y1 = ..., Y2 = ...
Welke optie je hebt gebruikt (intersect, maximum, zero, etc.)
Het eindantwoord
B1: Formules en Functies
Wanneer is een verband een functie?
De Gouden Regel:
Een verband is een functie als bij elke x-waarde precies één y-waarde hoort.
Verticale lijntest: Trek een verticale lijn door de grafiek. Snijdt deze de grafiek op meer dan één punt? Dan is het GEEN functie!
Notaties
Formules herschrijven
Bij het herschrijven van een formule tot functievoorschrift moet je de afhankelijke variabele isoleren (alleen aan één kant van het =-teken krijgen).
B2: Standaardfuncties - CRUCIAAL!
Je moet ALLE standaardfuncties herkennen aan hun formule EN grafiek, en hun karakteristieke eigenschappen kennen!
1. Machtsfuncties
Type
Voorbeeld
Domein
Eigenschappen
p > 1 (geheel, even)
x², x⁴
ℝ
Parabool, symmetrisch in y-as
p > 1 (geheel, oneven)
x³, x⁵
ℝ
Puntymmetrisch in O
p = ½
√x
x ≥ 0
Wortelfunctie, stijgend
p = -1
1/x
x ≠ 0
Hyperbool, asymptoten x=0 en y=0
2. Exponentiële functies
Groeifactor en groeipercentage
Groeifactor g = 1,05 → groei van 5%
Groeifactor g = 0,92 → afname van 8%
Verdubbelingstijd: gt = 2 → t = log(2)/log(g)
Halveringstijd: gt = 0,5 → t = log(0,5)/log(g)
3. Logaritmische functies
Logaritmen op de GR (TI-84):
log(x) = 10 log(x)
ln(x) = e log(x) = natuurlijke logaritme
g log(x) = log(x)/log(g) of ln(x)/ln(g)
4. Absolute-waarde functie
Karakteristieke eigenschappen van functies
Eigenschap
Betekenis
Domein
Alle x-waarden waarvoor f(x) bestaat
Bereik
Alle mogelijke functiewaarden
Nulpunt
x-waarde waar f(x) = 0
Maximum/Minimum
Hoogste/laagste functiewaarde
Stijgen/Dalen
f neemt toe/af bij toenemende x
Toenemend/Afnemend stijgen
Hellingsverandering (concaaf/convex)
Karakteristieke eigenschappen van grafieken
Eigenschap
Bepalen via
Snijpunt x-as
Los f(x) = 0 op
Snijpunt y-as
Bereken f(0)
Top (extreem)
Los f'(x) = 0 op
Buigpunt
Los f''(x) = 0 op
Asymptoot
Limietgedrag onderzoeken
B3: Transformaties van Grafieken
Horizontale verschuiving werkt "tegengesteld":
f(x - 3) verschuift 3 naar RECHTS , niet naar links!
Ezelsbruggetje: "Min naar rechts, plus naar links"
Samengestelde functies (kettingen)
Voorbeeld ketting
Als f(x) = x² en g(x) = 2x + 1, dan:
(f ∘ g)(x) = f(g(x)) = f(2x+1) = (2x+1)²
(g ∘ f)(x) = g(f(x)) = g(x²) = 2x² + 1
Let op: f ∘ g ≠ g ∘ f in het algemeen!
De Kettingregel-Valkuil (Veelgemaakte fout!)
Bij het differentiëren van samengestelde functies vergeten veel leerlingen de afgeleide van de binnenste functie !
Meer voorbeelden kettingregel
Functie
Buitenste
Binnenste
Afgeleide
sin(3x)
sin(u)
u = 3x
cos(3x) · 3
e^(x²)
e^u
u = x²
e^(x²) · 2x
ln(x³+1)
ln(u)
u = x³+1
1/(x³+1) · 3x²
(2x+3)⁵
u⁵
u = 2x+3
5(2x+3)⁴ · 2
Ezelsbruggetje: "Schil voor schil differentiëren" - elke laag van de ui apart, dan alles vermenigvuldigen!
Parameters in functievoorschriften
Een parameter is een "constante variabele" - een letter die voor een vaste maar onbekende waarde staat.
Voorbeeld: f(x) = ax² + bx + c beschrijft een familie van parabolen.
Voor elke keuze van a, b en c krijg je een specifieke parabool.
B4: Inverse Functies
De inverse functie f-1 "draait de functie om":
Als f(a) = b, dan f-1 (b) = a
Grafisch: De grafiek van f-1 is de spiegeling van f in de lijn y = x.
Een functie heeft ALLEEN een inverse als de functie één-op-één is (injectief):
Bij elke y-waarde hoort hoogstens één x-waarde.
Inverse opstellen - 3 stappen
Schrijf y = f(x)
Los x op uit de vergelijking (schrijf x = ... met y erin)
Verwissel x en y → dit is f-1 (x)
Voorbeeld: inverse van f(x) = 2x + 3
y = 2x + 3
y - 3 = 2x → x = (y - 3)/2
f-1 (x) = (x - 3)/2
B5: Vergelijkingen en Ongelijkheden
Lineaire vergelijkingen
Kwadratische vergelijkingen
Machtsvergelijkingen
Exponentiële vergelijkingen
Isoleer de exponentiële term: gx = c
Neem de logaritme: x = g log(c)
Bereken: x = log(c)/log(g) of ln(c)/ln(g)
Logaritmische vergelijkingen
Isoleer de logaritme: g log(x) = c
Herschrijf naar exponentiële vorm: x = gc
Bij logaritmische vergelijkingen: controleer ALTIJD of je oplossing in het domein ligt!
g log(x) bestaat alleen voor x > 0!
Stelsels van vergelijkingen
Ongelijkheden oplossen
Grafisch oplossen op de GR:
Teken beide functies (Y1 en Y2)
Bepaal snijpunten (CALC → intersect)
Lees af waar Y1 > Y2 of Y1 < Y2
Bij vermenigvuldigen/delen van een ongelijkheid met een negatief getal : draai het ongelijkheidsteken om!
B6: Asymptoten en Limietgedrag
Limietnotatie
Horizontale asymptoot
Een horizontale asymptoot y = L bestaat als:
limx→∞ f(x) = L of limx→-∞ f(x) = L
Horizontale asymptoot van breukfuncties:
Vergelijk de hoogste macht in teller en noemer:
Macht teller < macht noemer → y = 0
Macht teller = macht noemer → y = (coëfficiënt teller)/(coëfficiënt noemer)
Macht teller > macht noemer → geen horizontale asymptoot
Verticale asymptoot
Een verticale asymptoot x = a bestaat als:
limx↓a f(x) = ±∞ of limx↑a f(x) = ±∞
Vaak bij nulpunten van de noemer van een breukfunctie!
Scheve asymptoot
Als de macht van de teller precies 1 hoger is dan de macht van de noemer, is er een scheve asymptoot .
Bepalen: Voer de staartdeling uit. De scheve asymptoot is het quotiënt (zonder de rest).
Voorbeeld scheve asymptoot
f(x) = (x² + 2x + 1)/(x - 1)
Staartdeling: x² + 2x + 1 = (x - 1)(x + 3) + 4
Dus f(x) = x + 3 + 4/(x-1)
Scheve asymptoot: y = x + 3
Perforatie (gat in de grafiek)
Als teller en noemer een gemeenschappelijke factor hebben, ontstaat een perforatie (gat), GEEN verticale asymptoot!
Voorbeeld: f(x) = (x² - 1)/(x - 1) = (x-1)(x+1)/(x-1) = x + 1 met een gat bij x = 1
Signaalwoorden op het Examen
"Bereken exact"
Geen GR! Algebraïsch oplossen, antwoord mag √ of π bevatten
"Bereken algebraïsch"
Geen GR! Tussenstappen laten zien, afronden mag
"Toon aan dat"
Werk naar de gegeven uitkomst toe
"Bewijs dat"
Exacte redenering vereist, geen GR
"Onderzoek of"
Controleer en geef conclusie met onderbouwing
"Beredeneer"
Leg denkstappen uit, niet alleen het antwoord
"Stel op"
Maak een formule/vergelijking die aan de voorwaarden voldoet
"Schets"
Globale vorm met juiste karakteristieken
"Teken"
Nauwkeurig met assenstelsel en schaalverdeling
Wiskunde B VWO - Domein B: Functies, Grafieken en Vergelijkingen
© 2024 MeesterPaul Examentraining