π Dit is Wiskunde A - Wat betekent dat voor jou?
β WEL doen
GR gebruiken (standaard toegestaan)
Antwoord afronden op decimalen
ALTIJD uitleggen in woorden
Context noemen (β¬, jaren, km)
Grafieken aflezen met GR
β NIET doen
Alleen een getal opschrijven (leg uit!)
Eenheden vergeten
Bij "exact": GR gebruiken
Context negeren in je antwoord
π― Wiskunde A draait om BEGRIJPEN en UITLEGGEN
Je moet niet alleen kunnen rekenen, maar ook kunnen uitleggen WAT het betekent in de situatie.
π Zo schrijf je een "Beredeneer" antwoord (Verbanden)
Bij vragen over verbanden moet je het TYPE herkennen!
Is het lineair, exponentieel, logaritmisch? Dat bepaalt je hele antwoord.
β FOUT antwoord
Vraag: "Beredeneer waarom dit een exponentieel verband is."
"Omdat het snel groeit."
Te vaag! Lineair kan ook snel groeien.
β GOED antwoord
Vraag: "Beredeneer waarom dit een exponentieel verband is."
"Dit is exponentieel omdat de waarde steeds met hetzelfde percentage toeneemt (Γ1,05 per jaar). Bij lineaire groei zou er steeds hetzelfde getal bij komen."
Wiskundig kenmerk + vergelijking!
Hoe herken je het type verband?
+
Lineair: Er komt steeds HETZELFDE GETAL bij (bijv. +5 per jaar)
Γ
Exponentieel: Er wordt steeds vermenigvuldigd met DEZELFDE FACTOR (bijv. Γ1,03 per jaar)
βΊ
Logaritmisch: De OMGEKEERDE van exponentieel - als je t wilt uitrekenen
In het kort:
Dit domein gaat over formules, functies en grafieken. Je leert hoe verschillende verbanden werken, hoe je ze kunt herkennen en hoe je ermee rekent.
Er zijn 6 soorten functies die je moet kennen:
Lineair - de rechte lijn (y = ax + b)
Kwadratisch - de parabool (y = ax2 + bx + c)
Machtsfuncties - y = axn
Exponentieel - de groeifunctie (N = b x gt)
Logaritmisch - de "omgekeerde" van exponentieel
Goniometrisch - sinus, cosinus, tangens
1. Lineaire Verbanden - De Rechte Lijn
Wat is een lineair verband?
Een lineair verband geeft altijd een rechte lijn als grafiek. De formule ziet er zo uit:
y = ax + b
Wat betekenen a en b?
a = de richtingscoefficient (hoe steil de lijn is)
b = de startwaarde (waar de lijn de y-as kruist)
Wat vertelt de "a" je?
De a bepaalt of de lijn stijgt of daalt:
a is positief (a > 0) - de lijn gaat omhoog (van links naar rechts)
a is negatief (a < 0) - de lijn gaat omlaag
a = 0 - de lijn is helemaal plat (horizontaal)
Hoe groter |a|, hoe steiler de lijn!
Een lijn met a = 5 is steiler dan een lijn met a = 2.
Hoe bereken je de richtingscoefficient a?
a = (y2 - y1) / (x2 - x1)
In gewone taal:
"Hoeveel gaat y omhoog als x met 1 toeneemt?"
Je neemt 2 punten van de lijn, berekent het verschil in y, en deelt door het verschil in x.
Voorbeeld: Bereken a als de lijn door (2, 5) en (6, 13) gaat
1
Pak de twee punten: (2, 5) en (6, 13)
2
Verschil in y: 13 - 5 = 8
3
Verschil in x: 6 - 2 = 4
4
a = 8 / 4 = 2
Hoe herken je een lineair verband in een tabel?
De truc:
Kijk naar de verschillen tussen opeenvolgende y-waarden.
Als die verschillen constant zijn - het is lineair!
Voorbeeld:
x
0
1
2
3
4
y
3
7
11
15
19
Verschillen: 7-3=4, 11-7=4, 15-11=4, 19-15=4
Alle verschillen zijn 4 - Lineair! En a = 4.
Formule opstellen
Stappenplan om de formule te vinden:
1
Bereken a met twee punten
2
Vul a en een punt in de formule y = ax + b
3
Los b op
Voorbeeld: Vind de formule door (2, 5) en (6, 13)
1
We berekenden al: a = 2
2
Vul punt (2, 5) in: 5 = 2 x 2 + b
3
5 = 4 + b, dus b = 1
Formule: y = 2x + 1
Snijpunten van twee lijnen
Het snijpunt vinden:
Stel de twee formules aan elkaar gelijk en los op naar x.
Voorbeeld: Waar snijden y = 3x + 2 en y = x + 8?
1
Stel gelijk: 3x + 2 = x + 8
2
Los op: 2x = 6, dus x = 3
3
Vul x = 3 in een formule: y = 3(3) + 2 = 11
Snijpunt: (3, 11)
2. Kwadratische Verbanden - De Parabool
Wat is een kwadratisch verband?
De grafiek is een parabool (een "U" of een omgekeerde "U").
y = ax2 + bx + c
Wat bepaalt de a?
a is positief - parabool als een "U" (dalparabool) - "blij gezicht"
a is negatief - parabool ondersteboven (bergparabool) - "verdrietig gezicht"
Vul deze x in de originele formule om ytop te vinden
Voorbeeld: y = 2x2 - 8x + 5
1
a = 2, b = -8 (let op: negatief!)
2
xtop = -(-8) / (2 x 2) = 8/4 = 2
3
ytop = 2x(2)2 - 8x(2) + 5 = 8 - 16 + 5 = -3
De top is (2, -3)
Nulpunten vinden (waar de parabool de x-as snijdt)
De abc-formule:
x = (-b +/- sqrt(b2 - 4ac)) / (2a)
Eerst de discriminant berekenen: D = b2 - 4ac
D > 0 - twee snijpunten met de x-as
D = 0 - een snijpunt (de top raakt de x-as)
D < 0 - geen snijpunten (parabool raakt x-as niet)
Kwadratisch herkennen in een tabel
De truc met de "tweede verschillen":
Bereken eerst de verschillen tussen y-waarden (eerste verschillen)
Bereken daarna de verschillen van die verschillen (tweede verschillen)
Als de tweede verschillen constant zijn - kwadratisch!
Voorbeeld:
x
0
1
2
3
4
y
1
4
9
16
25
Eerste verschillen: 3, 5, 7, 9 (niet constant!)
Tweede verschillen: 2, 2, 2 (constant!)
- Dit is kwadratisch!
3. Machtsfuncties
Wat is een machtsfunctie?
Een functie waarbij x tot een bepaalde macht wordt verheven.
y = axn
Soorten machtsfuncties:
n = 1: y = ax (lineair)
n = 2: y = ax2 (parabool)
n = 3: y = ax3 (derdemachtsfunctie)
n = -1: y = a/x (hyperbool)
n = 1/2: y = a * sqrt(x) (wortelfunctie)
Wortelfuncties (n = 1/2)
y = a * sqrt(x) = ax1/2
Let op bij wortelfuncties:
x moet >= 0 zijn (je kunt geen wortel van een negatief getal nemen)
De grafiek begint altijd bij de oorsprong (0, 0)
De grafiek stijgt snel in het begin en vlakt dan af
Hyperbolen (n = -1)
y = a/x = ax-1
Kenmerken van y = a/x:
Twee asymptoten: x = 0 (y-as) en y = 0 (x-as)
Als a > 0: de grafiek ligt in kwadrant I en III
Als a < 0: de grafiek ligt in kwadrant II en IV
4. Exponentiele Verbanden - Groei en Afname
Dit is SUPERBELANGRIJK voor het examen!
Exponentieel komt in bijna elk examen voor, vooral bij vragen over groei van bevolkingen, bacterien, of afname van radioactiviteit.
N = b x gt
Wat betekenen de letters?
N = de waarde die je zoekt (bijv. aantal mensen)
b = de beginwaarde (de waarde bij t = 0)
g = de groeifactor
t = de tijd
De groeifactor g begrijpen
Wat zegt de g?
g > 1 - het groeit (exponentiele groei)
g < 1 (maar groter dan 0) - het wordt minder (exponentieel verval)
g = 1 - het blijft gelijk (geen verandering)
SUPERBELANGRIJK: Percentage omrekenen naar groeifactor!
Als iets...
Dan is g =
Voorbeeld
Groeit met p%
1 + p/100
5% groei - g = 1,05
Afneemt met p%
1 - p/100
12% afname - g = 0,88
Geheugensteun:
3% groei - g = 1,03 (zet de 3 achter de komma, plus 1 ervoor)
15% groei - g = 1,15
3% afname - g = 0,97 (100 - 3 = 97, zet komma ervoor)
Exponentiele vergelijkingen oplossen met logaritmen
Voorbeeld: Los op 3x = 20
1
Neem van beide kanten de logaritme: log(3x) = log(20)
2
Gebruik de regel "macht naar voren": x x log(3) = log(20)
3
Los op: x = log(20) / log(3)
4
x = 1,301 / 0,477 ~= 2,73
Logaritmisch Papier - EXAMEN 2024/2025!
Dit komt VAAK voor op recente examens!
Je moet waarden kunnen aflezen van logaritmische assen.
Wat is logaritmisch papier?
Papier waarbij de afstanden tussen getallen NIET gelijk zijn. De afstand van 1 naar 2 is GROTER dan van 8 naar 9!
Waarom bestaat dit?
Op logaritmisch papier wordt een exponentieel verband een rechte lijn!
Dit maakt het makkelijker om exponentiele verbanden te herkennen en te analyseren.
Stappenplan: Aflezen op een log-as
1
Bepaal eerst het "hokje"
Tussen welke machten van 10 zit het punt? (bijv. tussen 10 en 100, of tussen 0,1 en 1)
2
Tel de streepjes
Elk hokje is onderverdeeld in 9 ongelijke stukken (voor 2, 3, 4, ... 9)
3
Lees de waarde af
Let op: het eerste streepje (van 1 naar 2) is het grootst!
Voorbeeld: Aflezen op een log-schaal
De as loopt van 1 tot 1000. Een punt staat net voorbij het tweede streepje na 10.
Hokje: tussen 10 en 100
Eerste streepje na 10 = 20
Tweede streepje na 10 = 30
Net voorbij 30 β ongeveer 35
Veelgemaakte fout!
NIET denken dat de streepjes gelijke afstanden zijn!
Op een log-as: de afstand van 1β2 is EVEN GROOT als de afstand van 10β20 of 100β200.
Semi-logaritmisch vs Dubbel-logaritmisch:
Semi-log: alleen de y-as is logaritmisch β exponentiele verbanden worden rechte lijnen
Dubbel-log: beide assen logaritmisch β machtsfuncties worden rechte lijnen