π Dit is Wiskunde A - Wat betekent dat voor jou?
β
WEL doen
- GR gebruiken (standaard toegestaan)
- Antwoord afronden op decimalen
- ALTIJD uitleggen in woorden
- Context noemen (β¬, jaren, km)
- Grafieken aflezen met GR
β NIET doen
- Alleen een getal opschrijven (leg uit!)
- Eenheden vergeten
- Bij "exact": GR gebruiken
- Context negeren in je antwoord
π― Wiskunde A draait om BEGRIJPEN en UITLEGGEN
Je moet niet alleen kunnen rekenen, maar ook kunnen uitleggen WAT het betekent in de situatie.
π Zo schrijf je een "Beredeneer" antwoord
Bij Wiskunde A moet je ALTIJD uitleggen!
Alleen een getal opschrijven is NIET genoeg. Je moet je redenering laten zien.
β FOUT antwoord
Vraag: "Beredeneer waarom de groei afneemt."
"Omdat de grafiek daalt."
Te vaag, geen wiskunde, geen context!
β
GOED antwoord
Vraag: "Beredeneer waarom de groei afneemt."
"De groei neemt af omdat de groeifactor 0,95 is, wat kleiner is dan 1. Dit betekent dat elk jaar 5% minder wordt toegevoegd aan de bevolking."
Wiskundig + getal + context!
Checklist voor elk "Beredeneer" antwoord:
1
Wiskundige reden: Noem het wiskundige concept (groeifactor, helling, percentage, etc.)
2
Getal als bewijs: Geef een concreet getal dat je uitspraak ondersteunt
3
Context: Leg uit wat dit betekent in de situatie van de vraag
Onthoud: WGC
Wiskundig begrip + Getal + Context = Volledig antwoord
Waar gaat dit domein over?
In het kort:
Domein B gaat over rekenvaardigheden met variabelen en telproblemen. Dit is de basis voor alles wat je in Wiskunde A nodig hebt!
Dit domein bevat twee subdomeinen:
- B1: Algebra - Rekenen met formules, machten, wortels, breuken
- B2: Telproblemen - Permutaties en combinaties (op hoeveel manieren kan iets?)
1. Machten - De Rekenregels
Wat is een macht?
Een macht is een korte notatie voor herhaald vermenigvuldigen: an betekent "vermenigvuldig a met zichzelf, n keer".
25 = 2 x 2 x 2 x 2 x 2 = 32
De 5 belangrijkste rekenregels
Regel 1: Vermenigvuldigen (zelfde grondtal)
!
am x an = am+n
Tel de exponenten op!
Voorbeeld: 34 x 32 = 34+2 = 36 = 729
Regel 2: Delen (zelfde grondtal)
!
am : an = am-n
Trek de exponenten af!
Voorbeeld: 57 : 53 = 57-3 = 54 = 625
Regel 3: Macht van een macht
!
(am)n = am x n
Vermenigvuldig de exponenten!
Voorbeeld: (23)4 = 23x4 = 212 = 4096
Regel 4: Product tot een macht
!
(a x b)n = an x bn
De macht gaat naar beide factoren!
Voorbeeld: (2 x 5)3 = 23 x 53 = 8 x 125 = 1000
Regel 5: Quotient tot een macht
!
(a/b)n = an/bn
De macht gaat naar teller EN noemer!
Voorbeeld: (3/2)4 = 34/24 = 81/16
Speciale gevallen
a0 = 1
Elk getal (behalve 0) tot de macht 0 is gelijk aan 1.
- 70 = 1
- (-5)0 = 1
- 1000 = 1
a-n = 1/an
Een negatieve exponent betekent: "zet het in de noemer".
- 2-3 = 1/23 = 1/8
- 10-2 = 1/102 = 1/100 = 0,01
- 5-1 = 1/5 = 0,2
a1/n = n-de machtswortel van a
- a1/2 = wortel(a)
- a1/3 = derdemachtswortel(a)
- 81/3 = 2 (want 23 = 8)
- 161/4 = 2 (want 24 = 16)
Combineren: am/n
am/n = (n-de machtswortel van a)m
Voorbeeld: 82/3 = (derdemachtswortel van 8)2 = 22 = 4
2. Breuken met Variabelen
De regels:
Breuken met variabelen werken precies zoals breuken met getallen!
Optellen en aftrekken
a/c + b/c = (a+b)/c
Verschillende noemers? Maak ze eerst gelijk!
a/b + c/d = (a x d + c x b)/(b x d)
Voorbeeld:
2/x + 3/y = (2y + 3x)/(xy)
Vermenigvuldigen
(a/b) x (c/d) = (a x c)/(b x d)
Voorbeeld:
(x/3) x (2/y) = 2x/3y
Delen
Delen door een breuk = vermenigvuldigen met het omgekeerde!
(a/b) : (c/d) = (a/b) x (d/c) = (a x d)/(b x c)
Voorbeeld:
(x/2) : (3/4) = (x/2) x (4/3) = 4x/6 = 2x/3
3. Werken met Haakjes
Haakjes wegwerken
a(b + c) = ab + ac
Voorbeeld:
3(x + 2) = 3x + 6
x(x - 5) = x2 - 5x
Twee haakjes vermenigvuldigen
(a + b)(c + d) = ac + ad + bc + bd
Ezelsbruggetje: FOIL
- First: eerste x eerste
- Outer: buitenste
- Inner: binnenste
- Last: laatste x laatste
Voorbeeld: (x + 3)(x + 5)
= x x x + x x 5 + 3 x x + 3 x 5
= x2 + 5x + 3x + 15
= x2 + 8x + 15
Merkwaardige producten (ken deze uit je hoofd!)
(a + b)2 = a2 + 2ab + b2
(a - b)2 = a2 - 2ab + b2
(a + b)(a - b) = a2 - b2
Voorbeelden:
(x + 4)2 = x2 + 8x + 16
(x - 3)2 = x2 - 6x + 9
(x + 5)(x - 5) = x2 - 25
4. Percentages en Verhoudingen
Kernidee:
Een percentage is een deel van het geheel, uitgedrukt in honderdsten.
Stijging met p%
Nieuw = Oud x (1 + p/100)
Voorbeeld: 25% stijging
Vermenigvuldig met: 1 + 25/100 = 1,25
100 euro + 25% = 100 x 1,25 = 125 euro
Daling met p%
Nieuw = Oud x (1 - p/100)
Voorbeeld: 20% daling (korting)
Vermenigvuldig met: 1 - 20/100 = 0,80
50 euro - 20% = 50 x 0,80 = 40 euro
Terugrekenen (van eind naar begin)
Bij terugrekenen: DELEN in plaats van vermenigvuldigen!
Als iets na 15% stijging 230 euro is:
Begin = 230 : 1,15 = 200 euro
Groeifactor bepalen
Groeifactor = Nieuw / Oud
Percentage = (Groeifactor - 1) x 100%
Voorbeeld: Van 80 naar 100
Groeifactor = 100/80 = 1,25
Percentage = (1,25 - 1) x 100% = 25% stijging
5. Telproblemen - Permutaties en Combinaties
De kernvraag:
"Op hoeveel manieren kan iets gebeuren?"
π Stroomschema: Welke formule moet ik gebruiken?
START: Moet ik iets TELLEN?
β
Vraag 1: Maakt de VOLGORDE uit?
JA
β
PERMUTATIE
n! of nPr
Volgorde WEL (Permutatie)
- Wie wordt 1e, 2e, 3e?
- Wachtwoorden maken
- Mensen in een rij zetten
- "rangschikken", "ordenen"
Volgorde NIET (Combinatie)
- Een team samenstellen
- Kaarten kiezen
- Commissie vormen
- "kiezen", "selecteren"
Ezelsbruggetje: Bij "kiezen/selecteren" β nCr (Combinatie) | Bij "rangschikken/ordenen" β nPr (Permutatie)
Faculteit (n!)
n! = n x (n-1) x (n-2) x ... x 2 x 1
Voorbeelden:
5! = 5 x 4 x 3 x 2 x 1 = 120
4! = 4 x 3 x 2 x 1 = 24
3! = 3 x 2 x 1 = 6
Onthoud: 0! = 1 (niet 0!)
Dit is een definitie. De reden: er is precies 1 manier om 0 dingen te rangschikken (namelijk: doe niets).
Permutaties - Volgorde WEL belangrijk
Wanneer gebruik je permutaties?
Als de volgorde uitmaakt! Bijvoorbeeld:
- Wedstrijden: wie wordt 1e, 2e, 3e?
- Wachtwoorden: ABC is anders dan BAC
- Mensen in een rij zetten
n mensen in een rij zetten:
n! manieren
k mensen kiezen uit n (volgorde belangrijk):
P(n,k) = n!/(n-k)!
Voorbeeld: 3 prijzen (goud, zilver, brons) voor 10 deelnemers
P(10,3) = 10!/7! = 10 x 9 x 8 = 720 mogelijkheden
Combinaties - Volgorde NIET belangrijk
Wanneer gebruik je combinaties?
Als de volgorde NIET uitmaakt! Bijvoorbeeld:
- Een team samenstellen: {Jan, Piet} = {Piet, Jan}
- Loterij: welke nummers (niet in welke volgorde)
- Een commissie vormen
"n boven k" of C(n,k):
C(n,k) = n!/(k! x (n-k)!)
Voorbeeld: Een team van 3 kiezen uit 10 mensen
C(10,3) = 10!/(3! x 7!) = (10 x 9 x 8)/(3 x 2 x 1) = 720/6 = 120 mogelijkheden
Rekenmachine tip:
- TI-84: 10 MATH PRB 3:nCr 3 = 120
- Casio: 10 OPTN PROB nCr 3 = 120
EXAMEN-TIP: De notatie
10nCr3 of
10 nCr 3 wordt op het examen geaccepteerd als berekening! Je hoeft dus niet de hele breuk uit te schrijven.
nCr herkennen op het examen - CRUCIAAL!
De gouden regel:
"X dingen/mensen kiezen uit Y" is ALTIJD een combinatie!
Signaalwoorden voor nCr (combinaties):
- "Kies 3 mensen uit een groep van 10" β 10 nCr 3
- "Selecteer 5 kaarten uit 52" β 52 nCr 5
- "Neem 4 leerlingen uit een klas van 25" β 25 nCr 4
- "Hoeveel groepjes van 3?" β nCr
- "Hoeveel commissies/teams/delegaties?" β nCr
Examenvoorbeeld:
"In een klas zitten 12 jongens en 8 meisjes. Er moet een commissie van 4 leerlingen worden gekozen, bestaande uit 2 jongens en 2 meisjes."
1
2 jongens kiezen uit 12: 12 nCr 2 = 66
2
2 meisjes kiezen uit 8: 8 nCr 2 = 28
3
Totaal: 66 x 28 = 1848 mogelijkheden
Belangrijke eigenschappen van combinaties
Handige regels:
- C(n,0) = 1
- C(n,n) = 1
- C(n,1) = n
- C(n,k) = C(n, n-k) (symmetrie!)
De symmetrie-truc is heel handig!
C(100,98) = C(100,2) = (100 x 99)/2 = 4950
Permutatie vs Combinatie - Hoe kies je?
Stel jezelf deze vraag:
"Als ik de volgorde omdraai, is het dan nog hetzelfde?"
- JA (zelfde team/groep) β COMBINATIE
- NEE (andere uitslag) β PERMUTATIE
| PERMUTATIE (volgorde WEL) |
COMBINATIE (volgorde NIET) |
| Wedstrijden (1e, 2e, 3e) |
Teams samenstellen |
| Wachtwoorden/codes |
Lotto (welke nummers) |
| Mensen in een rij |
Commissies vormen |
6. Variabelen Vrijmaken bij Machtsfuncties
Dit komt VAAK op het examen!
Je krijgt een formule zoals L = a x Gb en moet G vrijmaken (uitdrukken in L).
Het 3-stappenplan:
Dit werkt ALTIJD bij formules van de vorm y = c x xn
Stappenplan: Maak x vrij uit y = c x xn
1
Deel door de coefficient
y/c = xn
2
Neem de omgekeerde macht (1/n)
(y/c)1/n = x
3
Vereenvoudig indien nodig
x = (y/c)1/n of x = nβ(y/c)
Voorbeeld 1: Maak G vrij uit L = 2,5 x G1,5
1
Deel door 2,5: L/2,5 = G1,5
2
Neem macht 1/1,5 = 2/3: (L/2,5)2/3 = G
3
G = (L/2,5)2/3 of G = (0,4L)2/3
Voorbeeld 2: Maak r vrij uit V = (4/3) x pi x r3
1
Deel door (4/3)pi: V/((4/3)pi) = r3, dus 3V/(4pi) = r3
2
Neem macht 1/3 (derdemachtswortel): r = (3V/(4pi))1/3
Omgekeerde machten - snel overzicht:
| Macht n | Omgekeerde 1/n | Betekenis |
| 2 | 1/2 = 0,5 | Wortel |
| 3 | 1/3 β 0,333 | Derdemachtswortel |
| 1,5 | 1/1,5 = 2/3 β 0,667 | |
| 0,5 | 1/0,5 = 2 | Kwadraat |
| -1 | 1/-1 = -1 | Omgekeerde |
Let op bij negatieve exponenten!
Als y = c x x-2, dan is x-2 = y/c
Dus x2 = c/y (neem het omgekeerde!)
En x = β(c/y)
7. De Driehoek van Pascal
Wat is het?
Een driehoek van getallen waarbij elk getal de som is van de twee getallen erboven.
1
11
121
1331
14641
15101051
Waarom is dit handig?
- Rij n bevat alle waarden C(n,0), C(n,1), ..., C(n,n)
- Rij 4: 1, 4, 6, 4, 1 zijn C(4,0), C(4,1), C(4,2), C(4,3), C(4,4)
Let op: tel rijen vanaf 0!
De bovenste rij (alleen een 1) is rij 0.
Binomium van Newton
De getallen in Pascal's driehoek zijn de coΓ«fficiΓ«nten bij (a+b)n
(a+b)2 = a2 + 2ab + b2 (rij 2: 1,2,1)
(a+b)3 = a3 + 3a2b + 3ab2 + b3 (rij 3: 1,3,3,1)
(a+b)4 = a4 + 4a3b + 6a2b2 + 4ab3 + b4 (rij 4: 1,4,6,4,1)
Bij (a-b)n wisselen de tekens!
(a-b)3 = a3 - 3a2b + 3ab2 - b3
Regel: even macht van b β plus, oneven macht van b β min
Signaalwoorden op het Examen
Herken deze woorden en weet wat je moet doen!
| Signaalwoord |
Wat moet je doen? |
| "Bereken exact" |
Geen kommagetallen! Laat breuken, wortels staan. |
| "Beredeneer" |
Schrijf een redenering in WOORDEN. |
| "Hoeveel mogelijkheden" |
Telproblemen! Check: permutatie of combinatie? |
| "Kies ... uit ..." |
Dit is ALTIJD nCr (combinatie)! |
| "Toon aan dat" |
Het antwoord staat al in de vraag. Laat stappen zien. |
| "Druk uit in" |
Maak de gevraagde variabele vrij (herschrijven). |
Samenvatting - Wat je moet kunnen
1
Machten: Alle 5 rekenregels beheersen
am x an, am/an, (am)n, (ab)n, (a/b)n
2
Breuken: Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen, delen
Ook met variabelen in teller en/of noemer
3
Haakjes: Wegwerken en merkwaardige producten
(a+b)2, (a-b)2, (a+b)(a-b)
4
Percentages: Stijgen, dalen, terugrekenen
Groeifactoren kunnen bepalen
5
Tellen: Permutaties vs combinaties
Weten wanneer je welke gebruikt!
Meest gemaakte fouten:
- 0! = 0 zeggen (het is 0! = 1)
- Permutatie en combinatie door elkaar halen
- Bij (a-b)n de tekens verkeerd
- Vergeten te delen bij terugrekenen met percentages