In een rechthoekige driehoek:
En alle veelvouden! (6,8,10), (9,12,15), ...
Als a² + b² = c², dan is de driehoek rechthoekig.
Afstand tussen punten (x₁, y₁) en (x₂, y₂)
Een lijnstuk AB wordt in gulden snede verdeeld door punt C als:
Het grote deel staat tot het kleine zoals het geheel tot het grote.
Rechthoek met zijden in verhouding 1 : φ
De verhouding van opeenvolgende Fibonacci-getallen nadert φ:
| Fn+1/Fn | Waarde |
|---|---|
| 2/1 | 2,000 |
| 3/2 | 1,500 |
| 5/3 | 1,667 |
| 8/5 | 1,600 |
| 13/8 | 1,625 |
| 21/13 | 1,615 |
| → ∞ | → φ ≈ 1,618 |
Een manier om 3D-objecten op een 2D-vlak te tekenen zodat ze ruimtelijk lijken.
| Term | Betekenis |
|---|---|
| Horizon | Lijn op ooghoogte |
| Verdwijnpunt | Punt waar evenwijdige lijnen samenkomen |
| Grondlijn | Onderrand van het beeldvlak |
| Oogpunt | Positie van de kijker |
Eén verdwijnpunt op de horizon.
Twee verdwijnpunten op de horizon.
Hoe objecten kleiner worden met de afstand:
Bij trappen in perspectief:
Ruimtediagonaal:
waarbij a = ribbe
Ruimtediagonaal:
Inhoud:
Inhoud:
Inhoud: V = π × r² × h
Mantel: M = 2π × r × h
Inhoud:
Oppervlakte:
| Figuur | Formule |
|---|---|
| Rechthoek | O = l × b |
| Vierkant | O = z² |
| Driehoek | O = ½ × b × h |
| Parallellogram | O = b × h |
| Trapezium | O = ½(a+b) × h |
| Cirkel | O = π × r² |
| Figuur | Formule |
|---|---|
| Balk | V = l × b × h |
| Kubus | V = a³ |
| Prisma | V = G × h |
| Cilinder | V = π × r² × h |
| Piramide | V = ⅓ × G × h |
| Kegel | V = ⅓ × π × r² × h |
| Bol | V = ⁴⁄₃ × π × r³ |
Bij vergroting/verkleining met factor k:
Twee figuren zijn gelijkvormig als:
De Turm en Trappen opgaven waren perspectiefvragen: