Beschrijven hoe een grootheid verandert over tijd of een andere variabele.
| Term | Betekenis |
|---|---|
| Stijgend / Toenemend | Waarde gaat omhoog |
| Dalend / Afnemend | Waarde gaat omlaag |
| Constant | Waarde blijft gelijk |
| Steeds sneller stijgend | Stijging versnelt (convex) |
| Steeds langzamer stijgend | Stijging vertraagt (concaaf) |
| Maximum / Minimum | Hoogste / laagste punt |
Punt waar het verandergedrag omslaat:
Het verschil in y-waarde.
De toename ten opzichte van de beginwaarde.
Dit is de richtingscoëfficiënt van de lijn door twee punten.
| Lineair | Exponentieel |
|---|---|
| Constante absolute toename | Constante relatieve toename (%) |
| +10 per stap | ×1,1 per stap (10% groei) |
| y = ax + b | y = b × gx |
Een geordende lijst van getallen volgens een bepaald patroon.
un = de n-de term van de rij
Elk volgend getal: vast getal optellen
d = verschil (wat je elke keer optelt)
Elk volgend getal: vast getal vermenigvuldigen
r = reden (waarmee je elke keer vermenigvuldigt)
Elke term wordt berekend uit de vorige term(en).
Elke term wordt direct uit n berekend.
Gegeven: un+1 = un + d met u₁ = a
Gegeven: un+1 = r × un met u₁ = a
Elke term = som van de twee voorgaande termen
Met F₁ = 1 en F₂ = 1
Komt voor in:
Driehoeksgetallen: 1, 3, 6, 10, 15, 21, ...
Formule: Tn = n(n+1)/2
Kwadraten: 1, 4, 9, 16, 25, 36, ...
Formule: un = n²
Kubusgetallen: 1, 8, 27, 64, 125, ...
Formule: un = n³
Vaak gevraagd: laat zien dat twee formules hetzelfde zijn.